17 juni 2006 kreeg ik op de ledenbijeenkomst van regio 2 een zaailing van Geesje Maas.
Op het steeketiket in het potje had Geesje geschreven:
Asclepias uit Gambia.
Bij thuiskomst heb ik de zaailing verpot en voorzien van Osmocote.
Ze kreeg een beschut plaatsje buiten in de half-schaduw.
Na een aantal weken was ze redelijk aan de groei en herkende ik het plantje want vorig jaar had ik deze plant ook gezaaid.
De zaden waren afkomstig uit de zadenlijst. Ik wist nog uit mijn hoofd dat de zaden waren verzameld op de Nederlandse Antillen.
Na de zadenlijst te hebben doorgekeken kwam ik tot de conclusie dat het
Calotropis procera zou kunnen zijn.
Vergelijkingsmateriaal had ik niet meer. De planten van vorig jaar had ik weggegeven.
Ik heb contact opgenomen met Geesje en haar gevraagd waar de zaden precies vandaan kwamen.
Ze vertelde me dat ze de zaden van haar buren had gekregen en dat ze niet uit Gambia afkomstig waren.
De zaden waren afkomstig uit het Sine Saloum mangrove gebied in Senegal.
Ze gaf me de zaden die ze nog overhad op de regio 2 bijeenkomst op 26 augustus 2006.
Bij thuiskomst vergeleek ik deze zaden met de zaden die ik nog had. Toen wist ik het zo goed als zeker.
Het moest Calotropis procera zijn.
Na wat speurwerk in boeken en op het internet heb ik de volgende gegevens gevonden:
Calotropis procera heeft een groot verspreidingsgebied. Oorspronkelijk komt ze voor in Afrika en in zuidelijk Azië.
Tegenwoordig groeit ze ook in Australië op de Stille Zuidzee eilanden, Zuid- en Midden-Amerika en
op de eilanden in het Caribische gebied. Ze vormen hier en daar een plaag en verdringen inheemse planten.
In sommige landen worden ze door middel van herbiciden bestreden.
De plant is ook nuttig en wordt voor verschillende doeleinden gebruikt.
Het giftige witte melksap wordt op verschillende manieren medicinaal toegepast.
De stengels bevatten sterke taaie vezels die men o.a. tot vislijnen verwerkt.
Calotropis procera is een gespreid groeiende, altijd groene overblijvende struik of kleine boom met zacht hout.
De plant kan 4 meter hoog worden op zijn natuurlijke groeiplaatsen.
Meestal blijft ze echter kleiner en wordt ongeveer twee meter hoog.
|
|
|
De plant scheidt een giftig melkachtig sap uit bijv. als er een tak wordt afgebroken.
De jonge stammen zijn glad en licht grijsachtig groen van kleur. De volwassen stammen hebben een kurkachtige beige schors.
De grijsgroene bladeren staan in tegenovergestelde paren aan de takken. De bladeren zijn groot: 10-20 cm lang en 4-10 cm breed.
Ze hebben een korte punt en een hartvormige basis. De bloemen groeien in groepen tussen de bovenste bladeren van de takken.
|
| | |
Calotropis procera |
|
Een groep kan bestaan uit 15 bloemen. De wasachtige bloemen hebben 5 kroonblaadjes, ze zijn wit met paarse punten aan
de binnenkant en hebben een paarse kroon.
De grote groene onrijpe, voornamelijk met lucht gevulde vruchten, zijn rond bij de basis en enigszins puntig aan de top.
De vruchten zijn tussen 8 en 12 cm lang en bijna net zo breed.
Wanneer de zaden rijp zijn, is de kleur geel en barst de vrucht open. Zij bevat talrijke zaden met aan èèn kant
een bosje lange zijdeachtige haren. Deze zaden worden door de wind over grote afstanden verspreid.
De giftige zaden kiemen gemakkelijk. Bij een temperatuur tussen 24 en 28 graden kunnen ze al na één week kiemen en ze
hebben in het begin redelijk veel water nodig.
De wortels van
Calotropis procera groeien snel, ze zijn lang en sponsachtig en vormen snel wortelknollen.
Deze wortelknollen zorgen ervoor dat de plant na een brand weer gemakkelijk uitloopt.
Als ik kijk naar haar verspreidingsgebied, denk ik niet dat
Calotropis procera het gemakkelijk heeft als kuipplant in ons klimaat.
Ze heeft veel warmte nodig en haar overwinteringtemperatuur moet boven 15 graden Celcius zijn.
Ik ga in ieder geval proberen haar de winter door te krijgen en hoop dat ze volgend jaar goed verder groeit.
|
|
Terug naar begin