Verzorging van Oleanders

An en Coen Keunen-Keunen

  Verzorging

- De verzorging van oleander is niet moeilijk, als we maar bedenken dat het beslist geen kamerplant is. In huis zullen de bloemknoppen al snel afvallen en de plant zal ziek worden vanwege te droge lucht en te weinig licht. Vanaf begin mei zet men de plant op de meest zonnige plek in de tuin of op het terras. In warme zomers zal de plant dan uitstekend bloeien. De beste bloeiresultaten worden bereikt als oleanders een glazen of doorzichtig kunststof dak boven hun hoofd hebben. Van oleanders is bekend dat, als ze met het hoofd in de zon staan, ze met de voeten graag in het water staan.
Dus tijdens zomerse dagen ( ± 25ºC) veel gieten. Grote exemplaren 1 maal ‘s morgens en 1 maal ‘s avonds ± 10 liter liefst lauw water.

LET OP! een oleander is geen waterplant!!

Volgen er na een periode van zeer warm weer enkele regenachtige dagen, zorg dan dat het water kan wegvloeien uit de pot of kuip.
Tijdens regenachtige dagen verdampt een oleander veel minder vocht en er zal wortelrot optreden als de wortels doorlopend nat staan waarvan geel blad en bladval weer het gevolg van zullen zijn.
Naast een grote drinker is de oleander ook een grote eter.

 Bemesting

- Meng in het voorjaar bij het verpotten flink wat organische mest door de potgrond en vervolgens tijdens de periodes van veel gieten regelmatig bijmesten tot half augustus.

 Verpotten

- Jonge planten worden regelmatig verpot, soms zelfs twee maal per jaar, later om de drie à vier jaar.
Bij oudere planten kan men ook wortelsnoei toepassen. Dit om ruimte te creëren voor verse potgrond en mest, zodat er niet steeds grotere potten gebruikt hoeven te worden.
Onze ervaring is dat wortelsnoei het best kan gebeuren aan het einde van de winter, dus eind februari / begin maart, net voordat de groei weer op gang komt.
Het grondmengsel bestaat uit goed doorlatende potgrond die niet te snel uitdroogt, voor dit laatste kan wat leem of klei toegevoegd worden.

 Snoeien

- Vaak wordt geadviseerd om de oleander te snoeien. Dit is echter zonde van de bloemknoppen die weggeknipt worden. Alleen als een plant te groot wordt zal een snoeibeurt onvermijdelijk zijn.
De uitgebloeide bloemtakjes worden door sommige mensen weggeknipt.
Dat moet vooral niet gebeuren omdat op dezelfde takjes vaak in het tweede en derde jaar opnieuw bloemen verschijnen. De takjes verdrogen vanzelf en zijn dan gemakkelijk weg te breken.

 Overwintering

- De winterberging voor de oleander is een goed geventileerde lichte ruimte van 4 tot 8ºC. Tijdens de winterperiode wordt weinig water gegeven, doch de potkluit mag niet geheel uitdrogen. In het voorjaar, als de temperatuur in de winterberging al wat hoger is, is af en toe een lauwe douche voor de plant aan te raden.

 Vermeerdering.

- De vermeerdering van oleanders gaat heel makkelijk. Zelfs in een glas water zal een stek al wortels vormen. Stekken in stekgrond heeft echter de voorkeur. De beste stektijd is van juni tot september. Met wat bodemwarmte wortelen de stekken binnen enkele weken.

 Ziekten

- De oleander wordt door slechts weinig ziekten geplaagd. Als dat toch het geval is, kan het behoorlijk ernstig zijn. De planten hebben wel eens last van dop- en wolluizen en van spintmijt, vooral bij een te warme en droge overwintering. Dop- en wolluizen zijn goed te bestrijden met “Admire”. Tegen de spintmijt is “Massai” een goed middel.

 Gele bladeren.

- Nerium oleander is weliswaar een groenblijvende/bladhoudende plant maar dit wil niet zeggen dat de bladeren er eeuwig aan zullen blijven.
Elk jaar zal de plant de oudste bladeren afstoten.
Als u de geel geworden bladeren weghaalt ziet de plant er normaal gesproken weer fris uit.
Is dit niet het geval, de plant is bijvoorbeeld overdreven kaal geworden, dan kan er nog iets anders aan de hand zijn.
Bijvoorbeeld de verhouding pot-plant is niet in evenwicht, een te kleine pot is snel droog en de plant heeft hierdoor wellicht te weinig voeding.
Ook kan een oleander last hebben van ongedierte, de spintmijt vertoeft graag op oleanders.
De plant heeft een ongezond bleek-geel uiterlijk als ze bezoek heeft van dit vervelende kleine spinnetje.
Een goed middel hiertegen is Massai. Heeft de plant last van luis, dan is Admire een goed middel.
Beide middelen zijn van Bayer en te koop bij tuincentra en Boerenbondwinkels LLTB.

Volgens het verslag van Jasper Smit, geschreven in 1994, was er in die tijd plotseling een nieuwe schimmelziekte onder de oleanders aldaar.
Verwijderen van de aangetaste delen is ook nu nog de enige remedie.

Dit laatste geldt ook als remedie bij “neriumkanker”, de meest ernstige kwaal waaraan een oleander kan lijden. Bacteriewoekeringen binnen de weefsels zorgen voor lelijke gezwellen op stengels en bladeren. Bloemen die worden aangetast, verdrogen tot kurkachtige proppen. Dit is vooral het geval bij de gevuldbloemige oleanders.

De beste remedie is dan ook om een aangetaste plant te vernietigen. Wie dat niet over zijn hart kan verkrijgen, druk ik op het hart de plant zoveel mogelijk te isoleren van de anderen. De ziekte wordt door de sapdruppels en via insecten(beten) overgebracht.
Neem een gezond ogende stek, bewortel die, en zodra deze stek is aangeslagen doet u de aangetaste moederplant weg.
De stek controleert u weer zorgvuldig op mogelijke besmetting.
Eerste tekenen zijn lichtgele verkleuringen en het ontstaan van een klein vulkaanvormig puistje op het blad. Zo nodig herhaalt u de stekprocedure weer

Dit verslag is in 1994 geschreven door Wim Takken en aangevuld met verzorgingstips door An en Coen Keunen-Keunen.
Heeft u nog vragen, laat ons die weten.